dinsdag 30 december 2008

Gouverneur Denys start overleg rond economische crisis

Maandagochtend stelde André Denys, gouverneur van Oost-Vlaanderen, samen met alle betrokken partijen het overlegplatform RECROV voor aan de verzamelde pers. Vanaf vandaag zullen de Oost-Vlaamse vertegenwoordigers van de grote politieke families, de vakbonden en de vertegenwoordigers van de werknemers samen aan tafel zitten om efficiënt te reageren op de economische crisis en antwoorden te formuleren. Gouverneur Denys: “Dit overleg is al een aantal weken aan de gang. Gesprekken met burgemeester Termont, schepen Mathias de Clercq en senator Tony Van Parys leren dat de economische crisis onze regio extra hard treft. Tijd dus om over partijgrenzen heen te handelen”. Alle betrokkenen willen de aanbevelingen samen voorleggen aan de Vlaamse en federale regering.

RECOV1.jpgSchepen Mathias De Clercq: “Het crisisoverleg werd opgestart onmiddellijk na het enorme banenverlies enkele weken terug en heeft vier pijlers: Werklozenbegeleiding, de missing links in de infrastructuur, de concurrentiekracht van de bedrijven en de koopkracht van de burger. Onze aandacht spitst zich vooral toe op de Gentse haven omdat hier 66.000 mensen werken. Bovendien is de haven een wezenlijke stimulans voor de regionale tewerkstelling en ontwikkeling”. Gezien de talrijke openstaande vacatures wil schepen De Clercq wil dat werklozen sneller naar een geschikte job toegeleid worden. Bedrijven vragen ook om de lasten op ploegenarbeid en overuren te verminderen. Mathias De Clercq: “Bedrijven vragen specifieke maatregelen om het hoofd boven water te houden zoals afschaffen van taksen op bepaalde risico’s, het tijdig betalen van overheidsopdrachten en een soepele regeling voor oudere werknemers zoals brugpensioen”.

De vakbonden hebben een aantal voorstellen om de tewerkstelling te verhogen en de koopkracht te beschermen. Danny Van Hoorebeke (ACLVB) en Patrick Mertens (ABVV): “Er moeten maatregelen komen rond tijdelijke werkloosheid in de getroffen bedrijven. Het plafond voor de berekening van uitkeringen ligt momenteel op 60%, dat moet naar 70% en zelfs naar 75 %. Bovendien zijn uitkeringen geplafonneerd, daardoor krijgt een arbeider vaak niet de volledige uitkering waar hij recht op heeft. Dat plafond moet zeker 300 euro hoger. Men vergeet soms dat ook arbeiders hoge gezinslasten hebben, dure leningen afbetalen en heel wat vaste kosten hebben”.

Ook de verkeersafwikkeling kan beter. Gouverneur Denys: er zijn in Gent zes missing links, dat zijn schakels die van strategisch belang zijn voor een vlotte verkeersafwisseling. Er is de maritieme toegankelijkheid, de ombouw van R4 Oost en de realisatie van de R4 Zuid. Maar ook het Waasland, Ronse, Dendermonde vragen aandacht voor hun verkeersproblemen. Volksvertegenwoordiger Joke Schauvliege: “Minister Hilde Crevits investeert 125 miljoen euro in de Gentse regio. Voor de ontsluiting van de R4 tussen Zwijnaarde en Merelbeke wordt 70 miljoen euro voorzien. Januari 2009 start de selectieprocedure en eind 2009 moeten de onteigeningen rond zijn. Voor de R4 West wordt een ontwerpstudie opgestart en voor een volwaardig dynamisch verkeersmanagement voor het grootstedelijk gebied wordt 23 miljoen euro voorzien.

Guido Van Peeterssen.

maandag 29 december 2008

Provinciewegen sterven uit vanaf 1 januari 2009

Vanaf 1 januari zijn de provinciewegen van gewestelijk belang eigendom van het Vlaams gewest. Vlaams minister van Openbare Werken Hilde Crevits heeft dit met de vijf provincies afgesproken. Daarnaast werd ook bepaald hoe de provinciewegen met een lokale functie tegen ten laatste 1 januari 2012 worden overgedragen aan de gemeenten. Voor Vlaams-Brabant is er al een akkoord.

In overleg met de Vlaamse provincies en het gewest werden lijsten vastgelegd van de provinciewegen van gewestelijk belang. Het gaat daarbij om alle wegen die als secundaire wegen werden geselecteerd en om een aantal lokale wegen, die omwille van de onvolledige uitbouw van het infrastructuurnetwerk, nog steeds een gewestelijke rol spelen. Concreet betekent deze overdracht dat het Vlaams Gewest met ingang van 1 januari 2009 wegbeheerder wordt van deze wegen.

Voor de overdracht van de lokale wegen naar de lokale overheden werd een overleg opgestart met de Vlaamse provincies. De provincies dienen daarbij in te staan voor de overdracht van deze wegen aan de lokale overheden. Volgens het gemeentedecreet moet een weg zich in goede staat bevinden bij de overdracht aan de gemeente. Als dit niet het geval is, heeft de gemeente recht op een compensatievergoeding. De provincies hebben zich akkoord verklaard om deze compensatievergoedingen te betalen. Dit onder voorwaarde dat het Vlaamse Gewest voor eenzelfde bedrag als er compensatievergoedingen betaald worden, schulden van de provincies overneemt. Deze afspraken werden gemaakt in het kader van het pact tussen het Vlaamse Gewest en de Provincies.

Voor Vlaams-Brabant werd op 6 november een akkoord bereikt en werden provinciewegen van lokaal belang overgedragen aan de gemeenten Londerzeel, Steenokkerzeel, Kortenberg, Zoutleeuw en Meise. Nu moet ook nog met de betrokken gemeenten in de overige provincies een akkoord worden bereikt. De betrokken gemeenten moeten zich akkoord verklaren met de overname van een bepaalde weg. Na goedkeuring van de overdracht door de gemeenteraad zal minister van Openbare Werken Hilde Crevits vervolgens de wegen overdragen naar de betrokken lokale overheden. De provincies zullen er tevens naar streven om hun aandeel in de bestedingen voor het bovenlokaal fietsroutenetwerk op te trekken.

Indien een gemeente niet akkoord gaat met de overdracht van de lokale provinciewegen, komt de weg ten laatste op 1 januari 2012 in beheer bij het Vlaams Gewest. Minister Hilde Crevits besluit: “Met de ondertekening van de protocols tussen de provincies en het Vlaams Gewest en de ministeriële besluiten voor de overname van provinciewegen bij het gewest, wordt de afspraak uit het kerntakendebat van 2003 en uit het Vlaams Regeerakkoord uitgevoerd. Deze overdrachten vereenvoudigen het wegbeheer in Vlaanderen, omdat in de toekomst enkel nog de steden en gemeenten en het Vlaams Gewest wegbeheerder zullen zijn.”

Guido Van Peeterssen.

zondag 28 december 2008

Is uw pensioen verzekerd?

Uit een grote enquête van Monytalk blijkt dat de Belgen zich heel wat zorgen maken over hun pensioen. Pensioeninkomsten zijn nu eenmaal cruciaal om dezelfde levensstandaard te behouden als u stopt met werken. Daarbij blijkt dat acht op tien het wettelijk pensioen ontoereikend vindt, bij de zelfstandigen is dat zelfs negen op tien. Bij de ambtenaren blijkt dat slechts de helft zich zorgen maakt over zijn pensioen. Gelukkig heeft het overgrote deel al extra maatregelen genomen om voldoende inkomsten te hebben na hun pensioen. Liefst 80 % koos voor pensioenfondsen, maar ook de eigen woning scoort goed. Liefst 73 % % beschouwt de woning als een maatregel om het pensioen aan te vullen en 81 % beschouwt het als een maatregel om de inkomsten te beschermen bij overlijden. Een eigen woning biedt een ruime garantie opdat dat de overlevende partner dezelfde levensstandaard kan behouden en de opvoeding van de kinderen kan verzekeren. Het is dus verbazend dat levensverzekeringen of schuldsaldoverzekeringen, die de overlevende partner of de erfgenamen moeten beschermen onvoldoende gekend zijn.

Ruim van de deelnemers is bezorgd over zijn financiële toestand na het pensioen. Dat resultaat is gedeeltelijk te wijten aan het feit dat mensen vaak niet weten hoeveel inkomsten ze zullen hebben na hun pensionering. Toch is het mogelijk is om een schatting van uw pensioen aan te vragen op de website ken uw pensioen . Als u bij die schatting de sommen toevoegt die u ontvangt in het kader van uw pensioensparen, groepsverzekering, VAPZ, eigen spaargeld en zo meer, hebt u een goed idee van uw inkomsten na uw pensioen. Daarbij is pensioensparen een goede keuze, als u maar vroeg genoeg begint. Een dertigjarige die elk jaar het fiscaal maximumbedrag stort (830 euro in 2008) vergaart ongeveer 100.000 euro, afhankelijk van het rendement van de belegging. Dat levert een maandrente van 300 à 350 euro op. Wie begint met pensioensparen op 45-jarige leeftijd, vergaart amper 30.000 euro, goed voor een rente van 100 euro per maand.

En eenmaal met pensioen, verkiest u dan een kapitaal of een rente? Een eenvoudige berekening wijst uit dat een kapitaal de betere oplossing is. Een kapitaal van 125.000 euro belegd tegen 4,5 % brengt maandelijks ongeveer 470 euro op. Daarbij wordt het kapitaal niet aangesproken. Als u beslist het kapitaal aan te spreken en gedurende vijftig jaar een rente te genieten, dan ontvangt u bij met 4,5 % niet minder dan 515 euro per maand. Kiest u voor een periode van 25 jaar, dan krijgt u bij hetzelfde netto rendement 690 euro per maand. Het kapitaal lijkt echter de voordeligste oplossing: de rente is vergelijkbaar en u kunt (nog een deel van) het kapitaal nalaten aan uw erfgenamen. De vorige regering (SP.a en VLD heeft wel een aantal maatregelen genomen om de laagste pensioenen te sparen.

De vaag is nu hoe zwaar de pensioenfondsen te lijden hebben onder de financiële crisis. Een kwart van de Nederlandse pensioenfondsen staat er zo slecht voor dat ze wellicht ingrijpende maatregelen moeten nemen. Als we de komende drie jaar geen herstel zien, wordt zelfs een daadwerkelijke verlaging van de pensioenrechten een reële optie." Bij de laatste peiling blijkt dat 85 procent van de pensioenfondsen te weinig geld in kas heeft om de pensioenen voor inflatie te corrigeren. Zij beschikken niet langer over de vereiste buffer van 5 %. Tegenover elke 100 euro pensioenverplichting moet tenminste 105 euro aan vermogen staan, zo eist de pensioenwet. De fondsen hebben vanaf april volgend jaar drie jaar de tijd om hun minimale buffer weer te herstellen. Een kwart van de pensioenfondsen heeft echter helemaal geen buffer meer en komt ronduit geld tekort. Een gat van minstens 5 %. Niet iedereen zal die achterstand de komende jaren inhalen, ook niet als de beurs aantrekt. Dat houdt in dat een deel van de bevolking zal moeten overwegen om ook na de pensioenleeftijd te werken of andere alternatieven zal moeten uitwerken.

Guido Van Peeterssen.

dinsdag 23 december 2008

Frank De Winne wordt boordcommandant ISS

Vandaag gaven minister van Wetenschapsbeleid Sabine Laruelle en astronaut Frank De Winne meer informatie over de Belgische steun aan het Europese ruimtevaartprogramma in het Euro Space Center. Minister Laruelle gaf er toelichting over de belangrijke beslissingen voor België, die eind november in het kader van de ESA ministerraad in Den Haag werden genomen. Daarbij droegen de ESA lidstaten samen 9,94 miljard euro bij. Het Belgisch ruimtevaartbudget, dus ongeveer één miljard euro gedurende de volgende vijf jaar, zal jaarlijks toenemen van 173 miljoen euro in 2009 tot 218 miljoen euro in 2013. Dat is een verhoging van 20 % in vergelijking met de periode 2000-2008. Dankzij deze investering wordt België de op vier na grootste geldschieter van de ESA. De volgende vijf jaar zal België 947 miljoen euro aan de ruimtevaart besteden. Meer dan 470 miljoen daarvan zal naar nieuwe programma’s gaan. Minister Laruelle wilde dat België deelnam aan de financiering van 300 miljoen euro om de werkingskosten van het internationaal ruimtestation ISS te dekken. Ons land trok dus 48,9 miljoen euro uit in plaats van de oorspronkelijk geplande 44,8 miljoen euro voor de uitbouw van het ISS. Deze Belgische betrokkenheid ligt volledig in de lijn van de steun die ons land aan Frank De Winne geeft in het kader van zijn missie aan boord van het ISS vanaf mei 2009. Minister Laruelle spreekt haar bewondering uit voor het werk van astronaut De Winne. Ze feliciteert hem ook voor zijn aanstelling als gezagvoerder van het ISS tijdens de laatste twee maanden van zijn missie. Frank De Winne zal zo de eerste Europese commandant van het ruimtestation worden. Frank De Winne is voor België een uitzonderlijk uithangbord, zowel voor onderzoekers als ondernemingen. Hij kan ook jongeren warm maken om met een wetenschappelijke studie te beginnen.

Voor het programma General Support Technology Programme (GSTP) wordt 115 miljoen euro geïnvesteerd voor de ontwikkeling van nieuwe technologie, die uitgetest wordt met de kleine PROBA satellieten. Het gaat om demonstratiemissies in een baan om de aarde, zoals het vliegen in formatie, en de programma's Vegetation (het in beeld brengen van de vegetatie op onze planeet) en ALTIUS (scheikundige analyse van de atmosferische bestanddelen) in het kader van het programma GMES.

Naar de bemande ruimtevaart en het internationaal ruimtestation ISS, waarin Frank De Winne van mei tot november 2009 gaat leven en werken, gaat 90 miljoen euro. Bijna 50 miljoen daarvan dient voor de exploitatie van het station met behulp van de ATV ruimtecargo's. Twee miljoen gaat naar onderzoek naar een Automated Re-entry Vehicle (ARV). Over de eventuele ontwikkeling van een dergelijk ruimtetuig, dat cargo naar de aarde kan terugbrengen, wordt beslist tijdens de volgende ministeriële ESA raad in Italië in 2011.

De toegang tot de ruimte met lanceerraketten krijgt 2,7 miljoen euro. Dit bedrag omvat 20 miljoen voor Ariane 5 Post-ECA, wat 6 % vertegenwoordigt van de Belgische financiering voor de voortzetting van het werk voor de cryotechnische (= op superkoude brandstoffen werkende) motor Vinci. Deze inspanningen zouden moeten leiden tot een verbeterde Ariane 5-raket, een programma dat vanaf 2011 van start zou gaan met een budget van 1,5 miljard euro. Telecommunicatie krijgt 52 miljoen euro voor de activiteiten in het kader van ARTES. Het gaat in het bijzonder over grondterminals en geïntegreerde toepassingen, met producten en diensten met een grote toegevoegde waarde. Link: http://www.esa.int/esaCP/Belgium_du.html

zondag 21 december 2008

500 euro dakisolatiepremie vanaf 2009

De Vlaamse Regering keurde, na de nodige adviezen, het besluit goed om een dakisolatiepremie van 500 euro in te voeren vanaf 1 januari 2009. Voor deze maatregel wordt in het eerste jaar al 44 miljoen euro voorzien. Door het dak te isoleren bespaart een gezin ongeveer 30 % per jaar op de energiefactuur. Door de combinatie van verschillende premies wordt een investering van 100 m2 dakisolatie op nauwelijks 3 maanden terugverdiend. Daarnaast is er nog een verhoogde premie tot 1.000 euro voor de lagere inkomens. Deze maatregelen zijn niet alleen goed voor de portemonnee van elk gezin, maar ook voor het milieu én de werkgelegenheid.

Om gebouwen, die voor 1 januari 2006 op het net aangesloten zijn, energiezuiniger te maken zijn er de belastingverminderingen en de premies van gewest, netbeheerder, provincie of gemeente. Aldus wordt de investeringskost en de terugverdientijd voor energiebesparende maatregelen aanzienlijk beperkt. Hoewel de besparing bij dakisolatie het grootst is, blijkt uit cijfers dat vooral gezinnen meer kiezen voor superisolerende beglazing en condensatieketels. Dakisolatie heeft dus nood aan een bijkomende inspanning. De premie van 500 euro geldt voor zowel doe-het-zelvers als voor zij die werken met een geregistreerd aannemer. Het speelt geen rol of u eigenaar dan wel huurder bent van de woning. Ook wie zijn tweede of derde woning isoleert, heeft recht op de premie. Op die manier wordt een stimulans gegeven om ook verhuurwoningen energiezuinig te maken. De premie is specifiek voor gezinnen. Al wordt uitdrukkelijk bepaald dat ook lokale overheden, sociale huisvestingsmaatschappijen en dergelijke voor de premie in aanmerking komen, als het gaat om het plaatsen van dak of zolder vloerisolatie in (door)verhuurde woningen.

Als randvoorwaarden gelden enerzijds de voorwaarde dat de minimale te isoleren oppervlakte 40 m² bedraagt en anderzijds de bestaande voorwaarden van de netbeheerders, zoals het te gebruiken materiaal. De isolatie van een dak van 100m² kost bijvoorbeeld 2.000 euro met een geregistreerd aannemer. De belastingaftrek van 40% levert 800 euro op als met een geregistreerd aannemer wordt gewerkt. De premie van de netbeheerder bedraagt 4 euro/m², of 400 euro in dit geval. Als provincie of gemeente geen premie bijgeven, dient dus nog 800 euro betaald te worden. Na aftrek van de dakisolatiepremie is dit nog slechts 300 euro. Om de Vlaamse dakisolatiepremie te bekomen dient geen afzonderlijke aanvraag te gebeuren. De toekenning van een dakisolatiepremie door de netbeheerder wordt doorgegeven aan het gewest en de betrokkene wordt dan uitbetaald. "Het is een door en door duurzame maatregel. Er wordt geïnvesteerd in jobs bij zowel de reguliere sector als in de sociale economie. De koopkracht van de gezinnen en in het bijzonder van kansarme gezinnen gaat er structureel op vooruit. Het bespaart een gezin op 20 jaar bijna 20.000 euro. En ecologisch wordt geïnvesteerd voor energiebesparing en tegen klimaatverandering", aldus minister Hilde CREVITS.

Taalzomer4Voor de lagere inkomens is het tegelijk moeilijker en meer nodig om dakisolatie te plaatsen. Zij ondervinden dus ook meer last om hun energiefactuur te betalen. Bovenop de premie van 500 euro krijgen de beschermde klanten automatisch een verhoogde premie. Ook wie binnen de inkomens- en KI grenzen valt van de verbeteringspremie komt in aanmerking (bruto jaarinkomen 25.660 euro + 1.340 euro per persoon ten laste en KI van max. 1.200 euro). De beschermde afnemers die met een geregistreerd aannemer werken, krijgen een extra premie van 100 euro, 300 euro of 500 euro voor een dakisolatie van resp. minstens 40 m², meer dan 100 m² of meer dan 150 m². De beschermde afnemers die als doe-het-zelver werken, krijgen 600 euro in de plaats van 500 euro. "Een slechte isolatie van de woning en een zwak economisch profiel van de bewoners lopen bovendien vaak samen. Daarom doen we een extra inspanning voor de minderbegoede Vlamingen die hun dak willen isoleren", besluit minister Marino Keulen.

Guido Van Peeterssen.

vrijdag 19 december 2008

Gent meest horecavriendelijke stad van Vlaanderen

De Stad Gent is één van de vijf genomineerden voor de award “Meest horecavriendelijke stad van Vlaanderen”. Schepen Mathias De Clercq en horecacoach Bart Inghelbrecht hebben afgelopen vrijdag het Gentse horecabeleid toegelicht aan de jury. De winnaar wordt bekendgemaakt tijdens de allereerste ‘Horeca-awards’ op 12 januari 2009 in Genk.Gent stelde zich eind augustus al kandidaat voor de award. Na een eerste verkennende ronde, mochten Mathias De Clercq, schepen van Economie, Jeugd, Werk en Middenstand en horecacoach Bart Inghelbrecht op vrijdag 12 december het Gentse beleid toelichten voor een professionele jury in de Sima Hotelschool in Aarschot.

De jury kreeg een snelcursus over het uitgebreide arsenaal van ondersteuningsmaatregelen zoals starterscontract, subsidie gevelrenovatie, enzovoort. Ook de startersbrochure, het Horecazine en andere communicatiemiddelen gericht naar de sector kwamen aan bod. Daarna werd het al eerder bekroonde horecabeleidsplan en de werking van de horecacoach toegelicht. Op woensdag 17 december volgde het officiële bericht dat Gent samen met Lier, Genk, Tremelo en Schilde genomineerd is in haar categorie: de award voor betere Steden en Gemeentebesturen. Bovendien mag Brasserie Steendam 66 meedingen naar de award ‘Betere eetgelegenheden Brasserie’. Resto Salt ‘n Pepper dingt dan weer mee in de categorie ‘Betere restaurants’. Aangezien er ook een award voor de betere frituur is kon de Gentse Frietlounge niet ontbreken.

Van de 311 inschrijvingen vielen er 115 kandidaten af bij het eerste anonieme jurybezoek en 72 op de jurydag. Op maandag 12 januari 2009 wordt de winnaar bekendgemaakt tijdens de slotshow in de Limburghal in Genk. De award ‘Meest horecavriendelijke stad van Vlaanderen’ zal uitgereikt worden door Henry Wynants, hoofdredacteur van Horeca Magazine en voorzitter van de jury. De winnaar mag zich een jaar lang de meest horecavriendelijke stad van Vlaanderen noemen. Link: http://www.horecaawards.com

Guido Van Peetserssen

Bio Base Europe goed voor 21 miljoen euro.

Op 12 december hebben Europa, Vlaanderen en Nederland binnen het kader van een Interreg IV-project de krachten gebundeld om 21 miljoen euro aan Bio Base Europe toe te wijzen. Bio Base Europe is het grootste Interreg project dat ooit is toegewezen aan de grensregio Vlaanderen-Nederland. Bio Base Europe is een samenwerkingsverband tussen Ghent Bio-Energy Valley en Biopark Terneuzen en zal onderzoeks- en opleidingsfaciliteiten voor bioprocessen bouwen om de ontwikkeling van een duurzame biogebaseerde economie in Europa te versnellen.. Bio Base Europe zal het streven naar duurzame productieprocessen stimuleren en de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 verlagen. Biopark Terneuzen in Nederland en Ghent Bio-Energy Valley in België hebben ieder afzonderlijk al een sterke reputatie opgebouwd als promotoren voor de uitbouw van de biogebasseerde economie in de grensregio Vlaanderen-Nederland. Het nieuwe Bio Base Europe samenwerkingsproject moet de regio omvormen tot het belangrijkste centrum voor de biogebaseerde economie in Europa.

Het Bio Base Europe initiatief is in Europa het eerste in zijn soort. Bio Base Europe zal een uniek platform ontwikkelen voor de bevordering van duurzame bioprocessen die de ontwikkeling van bio-energie en biogebaseerde producten uit duurzame biomassabronnen bevorderen en de afhankelijkheid van eindige fossiele grondstoffen reduceren. Deze overgang van de huidige op fossiele grondstoffen gebaseerde economie naar een biogebaseerde economie wordt beschouwd als een van de belangrijkste wegen naar industriële duurzaamheid. Biogebaseerde productie zorgt nu al voor de transformatie van een brede selectie industrieën, vooral in de chemische, energie- en agro-industriële sectoren in de wereld.

Bio Base Europe bestaat uit twee onderdelen: een proefinstallatie en een opleidingscentrum. De Bio Base Europe Pilot Plant zal zich hoofdzakelijk richten op technologieën van de tweede generatie om landbouwkundige nevenproducten en gewassen die niet bedoeld zijn voor consumptie zoals tarwestro, maïskolven, houtsnippers, Jatropha- en algenolie om te zetten in biobrandstoffen, biokunststoffen en andere biogebaseerde producten. Hoewel de wetenschap de mogelijkheden van deze technologieën al in laboratoriumproeven heeft aangetoond, ligt de moeilijkheid in de opschaling van deze processen naar productieschaal. Momenteel worden vele nieuwe processen opgeschort of zelfs gestopt vanwege deze moeilijkheden. De Bio Base Europe Pilot Plant is bedoeld om deze hindernis uit de weg te ruimen door proeffaciliteiten te verschaffen die de opschaling van nieuwe bioprocessen naar een industrieële schaal mogelijk maken. De Pilot Plant van Bio Base Europe is een flexibele en gevarieerde proefinstallatie die de hele waardeketen op één plaats kan uitvoeren: van de groene bronnen tot aan het uiteindelijke product. Het zal fungeren als een open innovatiecentrum dat beschikbaar is voor commerciële bedrijven en onderzoeksinstellingen die zich bezighouden met bioactiviteiten in de hele wereld. De ingebruikname van de nieuwe proefinstallatie, waarvan de kosten geraamd worden op €13 miljoen en welke in Gent, België gebouwd zal worden, is gepland voor het vierde kwartaal van 2009.

Het tweede kernonderdeel van het Bio Base Europe initiatief zal onder andere een ultramodern opleidingscentrum omvatten, het Bio Base Europe Training Center, om het industriebrede tekort aan vakkundige procesoperators en technische onderhoudsspecialisten, vooral voor de biogebaseerde economie, aan te pakken. Het Training Center van Bio Base Europe dat een verdere investering van €8 miljoen vertegenwoordigt, zal in Terneuzen in Nederland komen. Er zullen opleidingsfaciliteiten komen voor biogebaseerde activiteiten en het zal opereren volgens een open opleidingsmodel. Er zullen zowel standaard als bedrijfsspecifieke opleidingen en cursussen aangeboden worden, gericht op bioprocessen. Bio Base Europe zal ook netwerkactiviteiten, technologische innovatie en ondernemerschap stimuleren en een programma voor publieksvoorlichting en communicatie ontwikkelen. Het Bio Base Europe Training Center zal in 2010 in gebruik worden genomen.

Biopark Terneuzen, opgericht in februari 2007, is een ‘Smart Link’ initiatief dat het nieuwe denken vertegenwoordigt in het totstandbrengen van agro-industriële duurzaamheid. Biopark Terneuzen is een initiatief van de Provincie Zeeland, Zeeland Seaports en de deelnemende industriële partijen. Voortbouwend op de economische voordelen en de voordelen van kennisoverdracht die verkregen worden door het op één locatie samenbrengen van aan elkaar verwante ondernemingen, brengt Biopark Terneuzen het platform op een hoger niveau. Op basis van smart linking, bevordert en faciliteert het het gebruik van de belangrijkste synergieën tussen de partnerbedrijven. In het bijzonder de mogelijkheden om elkaars bijproducten en afvalstromen uit te wisselen en te gebruiken als grondstof of als aanvulling op de nutsvoorzieningen voor hun eigen processen. Dit draagt bij aan hun productiviteit, het behoud van niet-duurzame bronnen en het verlagen van de belasting van het milieu. Voor meer informatie kunt u terecht op: www.bioparkterneuzen.com.

Ghent Bio-Energy Valley ondersteunt de ontwikkeling van duurzame biogebaseerde activiteiten in de regio Gent in België. Ghent Bio-Energy Valley is een gezamenlijk initiatief van de Universiteit Gent, de gemeente Gent, de Haven van Gent, de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Vlaanderen en een aantal industriële bedrijven die actief zijn op het gebied van de productie, distributie, opslag en het gebruik van bio-energie en biogebaseerde producten. Ghent Bio-Energy Valley is een vooraanstaand Europees initiatief voor de ontwikkeling van de biogebaseerde economie van de toekomst. Ghent Bio-Energy Valley stimuleert de ontwikkeling van de biogebaseerde economie door samenwerkingsprogramma’s, gezamenlijke initiatieven en het creëren van synergie tussen de partners op het gebied van Research & Development, structurele maatregelen en beleid, logistiek en communicatie naar het grote publiek. Voor meer informatie kunt u terecht op: www.gbev.org